Random Image Werk

1c.jpg
De Thaise economie PDF  | Print |  E-mail
Written by John van Heeren   
Wednesday, 01 July 2009 00:00
Thailand heeft een vrijemarkteconomie, waarin de particuliere sector de belangrijkste is. In 2002 was 45% van de beroepsbevolking werkzaam in landbouw en visserij, 15% in de industrie en 31% in de dienstverlenende sector. In 2003 telde de beroepsbevolking 34,9 miljoen mensen.

De Thaise economie groeide in 2003 met 6,3%. SARS, de Irak-oorlog en de geringe economische groei in de Verenigde Staten, Europa en Japan bleken weinig effect te hebben gehad op de economische groei in Thailand. De groeiende export, overheidsuitgaven en consumentenbestedingen liggen ten grondslag aan de economische groei. De Thaise export steeg in 2003 met 16,6% ten opzichte van 2002 en vooral de export naar de ASEAN-landen en China nam sterk toe. De export naar de EU groeide met ruim 15% en de export naar Nederland zelfs met 25%.
Door de gestegen consumentenuitgaven en de sterke economische groei kende de arbeidsmarkt een opleving. Het percentage werklozen bedroeg in 2003 2,6%. De werkloosheid is het hoogst in Noord- en Noordoost-Thailand en het laagst in en om de hoofdstad Bang

Ondanks het feit dat bijna de helft van de beroepsbevolking van landbouw en visserij afhankelijk is en het merendeel van de export gevormd wordt door landbouwproducten, is het relatieve aandeel van de agrarische sector in de samenstelling van het Bruto Nationaal Product (bnp) afgenomen van 30% in 1970 tot 9,8% in 2003 (dienstverlening 46,3%; industrie 44%).
Buitenlandse investeringen hebben in de jaren tachtig een ingrijpend industrialisatieproces in Thailand op gang gebracht, waardoor het land tussen 1987 en 1995 met een gemiddeld groeipercentage van 8,4% de snelst groeiende economie ter wereld had (2003: 6,3%). Het bnp steeg jaarlijks met gemiddeld bijna 10% en het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking bedroeg in 2002 $1992. De export steeg jaarlijks met 30%. Ook nam het toerisme een hoge vlucht en is al sinds 1982 de belangrijkste bron van buitenlandse deviezen. De economische expansie betekende echter wel een aanslag op het milieu.
In 1997 kwam Thailand in een ernstige economische crisis terecht. De devaluatie van de baht, die onder internationale druk werd doorgevoerd, ontketende een reeks aan gebeurtenissen die sindsdien wordt aangeduid met de Aziatische (monetaire) crisis. De groei stagneerde, bedrijven konden hun schulden niet meer afbetalen en het betalingstekort was vanaf 1995 aanzienlijk toegenomen en daarmee ook de omvang van particuliere buitenlandse leningen.
Veel van deze leningen werden geïnvesteerd in de overgewaardeerde onroerendgoedsector, die begin 1997 instortte. De regering van Chuan Leekpai volgde bij haar politiek van economisch herstel de aanwijzingen van het IMF. De banken en financiële instellingen werden gesaneerd en eind 1998 waren de waarde van de baht, de prijzen en de rentevoet opvallend stabiel. Het bbp daalde echter ook in 1998 (met naar schatting 6,5%). In 1999 wezen een aantal ontwikkelingen op economisch herstel. De productie groeide weer (2,6%), de inflatie bleef extreem laag, de baht was stabiel, de export nam toe en overheidsuitgaven en particuliere bestedingen benaderden het oude niveau. Dankzij het economische herstel verdwenen de gevolgen van de financiële en economische crisis van 1997 naar de achtergrond en in juli 2003 betaalde Thailand twee jaar eerder dan voorzien zijn schuld bij het IMF af. Onder andere hierdoor staat Thailand niet op de Donor Aids Charts (DAC)-lijst van de Verenigde Naties en is daarmee officieel geen ontwikkelingsland. Ook de Wereldbank heeft geen steunprogramma meer in Thailand. De Thaise regering heeft zelfs officieel verkondigd geen prijs te stellen op het ontvangen van ontwikkelingshulp. Toch is er nog armoede in Thailand, met name in het hoge noorden, noordoosten en de meest zuidelijke provincies.
Het economische beleid van de regering-Thaksin is gericht op vergroting van de economische groei door stimulering van de binnenlandse vraag, bedoeld om minder afhankelijk te worden van externe invloeden. Voor een land dat tot nu toe altijs sterk afhankelijk was van export en buitenlandse investeringen zal dat niet meevallen. Met veel overheidsgeld tracht men de binnenlandse consumptie op te krikken. En andere doelen zijn plattelandsontwikkeling en het verbeteren van de levensstandaard van het arme deel van de bevolking.

Op 1 januari 1993 werd door de zes oprichters van de Association of South East Asian Nations (ASEAN), Thailand, Indonesië, Singapore, Maleisië, Filippijnen en Brunei, de ASEAN Free Trade Area (AFTA) opgericht. De doelstelling was om in 2003 een open markt van ca. 450 miljoen consumenten te creëren. Later besloten de lidstaten de toezegging voor tariefafbraak voor de meeste productsoorten al in 202 te laten ingaan. De later toegetreden lidstaten Vietnam, Laos, Cambodja en Myanmar hebben tot 2006-2010 de tijd hun markten te openen.
Last Updated on Wednesday, 01 July 2009 11:11